kunst en muziek

Beeldende kunst, Architectuur en Klassieke muziek

De lessen zijn (met uitzondering van klassieke muziek) wekelijks en duren anderhalf uur. Voor de datums van de lessen klassieke muziek: deze staan vermeld bij de beschrijving.

Alle cursussen vinden plaats in het gebouw Paul Krugerlaan 55 te Eindhoven
Inschrijven kan digitaal via onderstaand Inschrijfformulier. Eén formulier per persoon en één cursus per formulier invullen, dit om vergissingen te voorkomen.

 

Invloed Griekse mythologie op de kunst info ma 11.15-12.45u gestart 16 september 4 lessen €33,-
Vier grote Nederlandse kunstenaars info ma 11.15-12.45u start 21 oktober 4 lessen €33,-
Het impressionisme info ma 11.15-12.45u start 13 januari 2020 4 lessen €33,-
Kunst in het fin de siècle info ma 11.15-12.45u start 10 februari 2020 4 lessen €33,-
Leonardo da Vinci, 500e sterfdag – zie thema’s info
Klassieke muziek
Haydn, Mozart, Beethoven info vr 09.30-11.00u gestart 27 september 9 lessen €66,-
Smetana, Dvořák en Janáček info vr 09.30-11.00u start 17 januari 2020 9 lessen €66,-
Aram Khatsjatoerian  – zie rubriek thema’s info
Inschrijven:
inschrijvenklein
Aanmelden cursus beeldende kunst en muziek:
aanhef:
achternaam:
voorletters:
roepnaam:
straat:
huisnummer:
postcode:
woonplaats:
telefoon:
e-mail:
indien bekend cursistnummer:
kies cursus:
startdatum:
eventuele opmerking:
( zie privacyverklaring )
klik om het formulier te verzenden:

Beeldende kunst

In de loop der jaren zijn in het aanbod van 55 Plus Educatief door meerdere docenten heel wat onderwerpen uit de kunstgeschiedenis gepresenteerd. Momenteel hebben wij in ons midden:

Marijke de Broekert, docent kunstgeschiedenis, is ruim dertig jaar werkzaam geweest in het volwassenenonderwijs. Haar gebied bestrijkt de gehele westerse kunstgeschiedenis. Zij heeft inmiddels een aantal cursussen ontwikkeld, die zij bij voldoende belangstelling de komende seizoenen kan presenteren. De afgelopen jaren hebben de cursussen Kijken naar kunst; De invloed van de Griekse mythologie op de beeldende kunst; Vier grote Nederlandse kunstenaars; Kunst na 1945; Het impressionisme; Kunst in het fin de siècle; Van expressionisme tot surrealisme; Architectuur en beeldhouwkunst aan het begin van de 20e eeuw plaatsgevonden. Voor het najaar van 2019 staan Griekse mythologie in de kunst en Vier grote Nederlandse kunstenaars op het programma, gevolgd door Het impressionisme en Kunst in het fin de siècle in 2020.

Carla Toffolo heeft na een cursus over Vrouwelijke schilders door de eeuwen heen, themabijeenkomsten gepresenteerd over Frida Kahlo; Therèse Schwartze; de Amsterdamse Joffers; Japonisme in de kunst;  De Prerafaëlieten en daarna hun navolgers Aesthetic movement/Estheticisme.

Erik Mulder, kunsthistoricus en gespecialiseerd in 15e en 16e eeuwse Italiaanse kunst, heeft zijn cursussen  De luister van de Barok in het 17e eeuwse Rome en Schilderkunst in Hollands Gouden Eeuw aan ons aanbod toegevoegd. Zijn themabijeenkomsten in de afgelopen seizoenen hebben veel belangstellenden getrokken,  zoals over Leonardo da Vinci, Raphael, Michelangelo, RembrandtJheronimus Bosch, Johannes Vermeer, Eeuwige schoonheid in de kunst van de Italiaanse renaissance, De Vlaamse Primitieven in de kunst, De Medici in Florence, Het jaar van Rembrandt.  In november 2019 staat Leonardo da Vinci, 500e sterfdag, op het programma, zie de rubriek Thema’s en lezingen.

Kunstbeschouwing, een cursus in ‘kijken naar kunst’
In deze cursus leert u op een ‘beschouwende’ manier kijken naar kunst. Beschouwen betekent iets rustig en nauwkeurig bekijken, maar ook nadenken over datgene wat je ziet en met anderen erover praten. Je eigen mening speelt een belangrijke rol, maar het kunstwerk op zich staat centraal. Niet alleen voor de hand liggende vragen zoals: “Wat stelt het voor? “ of “Hoe komt iemand op dit idee?“ zijn bij kunstbeschouwing van belang. Je kijkt ook naar de verschillende onderdelen waaruit het kunstwerk is opgebouwd. Deze onderdelen zijn de zogenoemde beeldaspecten. De vier belangrijkste zijn: kleur, compositie, ruimte en licht.
Aan de hand van geprojecteerde afbeeldingen worden deze beeldaspecten uitgelegd en besproken in diverse kunstwerken door de eeuwen heen.
Invloed van de Griekse mythologie op de beeldende kunst
Griekse mythen en sagen zijn verhalen over goden, halfgoden en het contact tussen goden en mensen. De mythologie geeft verklaringen voor het ontstaan van de wereld, de hemellichamen, de mensen, de god en, het kwaad en ziekten, natuurverschijnselen en de oerelementen aarde, water, vuur en lucht. Ze vormen de basis van het geloven en denken van de oude Grieken. Eeuwenlang hebben kunstenaars inspiratie geput uit de rijke bron van deze mythologische verhalen. In deze cursus leert u enkele van deze verhalen herkennen en duiden in verschillende kunstwerken, zoals de mythen over Zeus, Aphrodite, Apollo en Dionysos.
Vrouwelijke schilders door de eeuwen heen
Door de eeuwen heen zijn er vele beroemde vrouwelijke schilders geweest. Vaak hebben ze moeten strijden om te mogen werken en hun talent te ontplooien. Sommigen hadden geluk en een vader of echtgenoot die achter ze stond maar anderen werden tegengewerkt. En toch kon niks hun passie stoppen.
Portretkunst
Portretkunst is een fascinerend fenomeen. In eerste instantie waren het mensen van hoog aanzien die hun portret lieten maken, met de nodige verbloemingen en verfraaiingen. Pas vanaf de late middeleeuwen begon deze verheerlijking af te nemen en kun je spreken van een portret zoals wij dat tegenwoordig definiëren: een weergave van de werkelijkheid, waarbij herkenbaarheid een grote rol speelt. De portretkunst kwam  pas echt tot bloei in de Renaissance; in deze periode werd immers het individu belangrijk. De betekenis van de portretkunst is vaak verbonden met de keuze van de kunstenaar. Deze kan op zoek gaan naar een karakteristieke houding of expressie van het gezicht. Hij kan spelen met licht en compositie om de persoonlijkheid van het geschilderde personage te verduidelijken. Op die manier kunnen wij ons een beeld vormen van de voor ons onbekende. In deze cursus komt kort de geschiedenis van de portretkunst aan bod en gaat u voorbeelden zien van diverse soorten portretten waaronder het staatsieportret, het groepsportret, het huwelijks- en familieportret, het individuele portret en het zelfportret.
Kunst in het fin de siècle: de overgang van de 19e naar de 20e eeuw
Het fin de siècle is een periode in de West-Europese cultuur die zich voordeed tussen circa 1890 en 1914. Met deze term duidt men niet zozeer het tijdsbestek zelf aan, maar eerder het levensgevoel dat in die periode in de cultuur overheerste. Kunstenaars trekken zich terug uit de wereld in een ‘ivoren toren’ en richten zich bij uitstek op de schoonheid, de esthetiek, maar ook op het spirituele, het decadente. De kunststijlen van Art Nouveau, Modernismo en Jugendstil bepalen de architectuur en de beeldende kunst. Het Symbolisme is aanvankelijk een literaire beweging; in de beeldende kunst vinden we deze stroming in de schilderkunst. Tijdens deze cursus maakt u kennis met deze kunststijlen in de verschillende West-Europese landen waarin de Art Nouveau en Jugendstil zich ontwikkelden in de architectuur, schilderkunst, beeldhouwkunst en toegepaste kunsten. We bekijken onder meer het werk van Victor Horta, Antonio Gaudi, Gustav Klimt en Henri de Toulouse-Lautrec. Kunstenaars als Odilon Redon, Aubrey Beardsly, James Ensor en Jan Toorop komen aan bod bij Symbolisme.
Vier grote Nederlandse kunstenaars: Rembrandt, Vincent van Gogh, Piet Mondriaan en Karel Appel
Rembrandt uit de 17e eeuw, Vincent van Gogh uit de 19e eeuw, Piet Mondriaan uit de eerste helft en Karel Appel uit de tweede helft van de 20e eeuw, wat maakte hen zo bijzonder en hoe groot is hun invloed geweest op de kunst die na hen kwam. Per bijeenkomst staat één kunstenaar centraal, zijn werk, zijn leven, zijn invloed en zijn omgeving, waarbij aspecten van de betreffende periode en de culturele context ruimschoots aan bod komen.
Het impressionisme: de stroming die een nieuw tijdperk inluidt
Niet de plek, maar de indruk. Dat is misschien wel de meest toepasselijke omschrijving van de stijl die zich onder een groep Franse kunstenaars vanaf de jaren 1860 ontwikkelde. Niet een getrouwe, verfijnd geschilderde weergave van de werkelijkheid was hun doel, maar momentopnames van het dagelijkse leven, waarbij het licht en de kleur een belangrijke rol speelden. Het was in de kunsten een spannende tijd, waarvan u in vier bijeenkomsten een volledig beeld zult krijgen. U ziet hoe de stijl ontstond, voornamelijk in Frankrijk en Nederland, hoe deze doorbrak en wat de invloed is geweest op latere ontwikkelingen. Met onder andere kunstenaars als: Manet, Monet, Renoir, Degas, Breitner, Israëls en later Seurat, Signac, van Rysselberghe en Toorop.
Van expressionisme tot surrealisme: de kunst van de modernen
Het culturele klimaat in de eerste helft van de 20e eeuw wordt getekend door twee wereldoorlogen, de economische wereldcrisis en de opkomst van het fascisme. In de 19e eeuw legt het impressionisme de nadruk op het zichtbare, terwijl in de 20e eeuw het expressionisme juist uiting geeft aan alles wat hierachter schuilgaat. Het kunstwerk is geen weergave meer van iets, maar wordt een zelfstandig object met een eigen werkelijkheid, een eigen inhoud, vorm en betekenis. Kortom, een spannende tijd in de kunstgeschiedenis. In vier bijeenkomsten maakt u kennis met de stromingen het expressionisme, het kubisme, het futurisme, het dadaïsme en het surrealisme. Per stroming worden zowel de schilderkunst, alsook de beeldhouwkunst en architectuur behandeld. U leert de stromingen herkennen en van elkaar te onderscheiden. Alle belangrijke kunstenaars komen aan bod, zoals Henri Matisse, Pablo Picasso, Umberto Boccioni, Marcel Duchamp en Salvador Dalí.
Kunst na 1945
Tot aan de tweede wereldoorlog is Parijs het artistieke centrum van de wereld. Door de oorlog in Europa zoeken veel kunste¬naars hun toevlucht in Amerika, New-York wordt het nieuwe artistieke centrum. De abstracte kunst wint steeds meer terrein, in de jaren vijftig zien we de stromingen Action Painting (Jackson Pollock) en Colorfield Painting (Mark Rothko). Eind jaren vijftig ontstaat de Pop Art (Andy Warhol), een stroming die zijn voedingsbodem vindt in de harde, onpersoonlijke cultuur van de grote stad. In de jaren zestig en zeventig lijkt de schilderkunst terrein te verliezen. In musea komen performances, videokunst, lichtkunst en minimal art aan bod, ten koste van de traditionele schilderkunst. De conceptuele kunst, het concept van het kunstwerk, is belangrijker geworden dan de gebruikte techniek van verf op doek. Kunstenaars experimenteren met materialen en verkennen de grenzen tussen de verschillende disciplines. We zien stromingen als Body Art (Marina Abramovíc) en Land Art (Christo). In de jaren tachtig lijkt een beweging terug naar de figuratie te ontstaan, we zien het Hyperrealisme (Chuck Close) en het Neo-expressionisme (Anselm Kiefer). Tegen het einde van de twintigste eeuw ontstaat het Postmodernisme (Jeff Koons), er heerst een ‘einde van de eeuw’ gevoel: alles is al een keer gedaan, er is niet veel nieuws meer te verzinnen.
In acht bijeenkomsten wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen en stromingen uit de tweede helft van de twintigste eeuw, waarin van alle belangrijke stromingen de meest toonaangevende kunstenaars behandeld worden.
Ontwikkelingen in de architectuur en beeldhouwkunst in de eerste helft van de 20e eeuw
Onder invloed van architecten zoals Berlage, Dudok en Le Corbusier zien we een vernieuwing ontstaan in de architectuur. Nieuwe bouwconstructies en nieuwe materialen geven de architect een groot scala aan mogelijkheden. Stedenbouwkundige ontwikkelingen nemen een steeds belangrijker plaats in.
De beeldhouwkunst bevrijdt zich van de wetten en regels die voorgeschreven waren in de 19e eeuw. Belangrijke beeldhouwers zijn onder andere Brancusi, Moore en Giacometti. Het Bauhaus is de benaming voor de toonaangevende academie voor beeldende kunstenaars, ambachtslieden en architecten. De invloed van deze academie is groot geweest, vooral op het gebied van architectuur en vormgeving. Aan de hand van afbeeldingen worden deze ontwikkelingen behandeld en in de tijd geplaatst.

KLASSIEKE MUZIEK

Het programma klassieke muziek biedt wederom een interessante cursus om klassieke muziek beter te kunnen beluisteren, begrijpen en ervan genieten. Muziek kan je blij maken door haar schoonheid. Ze kan ook troosten, je opbeuren in moeilijke tijden. Ook kan ze boosheid, angst en verdriet vertolken en daarmee je eigen gevoelens kanaliseren. Muziek verrijkt je leven. Tot op hoge leeftijd is het mogelijk muziek te beluisteren en ervan te genieten. Dat is iets om dankbaar voor te zijn, maar ook om dat uit te buiten. Actiever luisteren doet je meer aan muziek beleven!
Docerend en uitvoerend musicus Coen Jansen heeft eerder klassieke muziek in de meest brede zin van het woord behandeld onder de naam Educatief klassiek. Aan bod kwamen onder andere de muzikale ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van lied, liedcycli, kamermuziek en soloconcert. Muziek van bekende en minder bekende componisten zoals Bach, Beethoven, Biber, Sjostakovitsj, Mahler, Wagner, Strauss, Messiaen, Britten, Berio, Bartók, Strawinsky, de Victoria, Debussy, Reed, Berlioz en Schubert waren te beluisteren. Vervolgens heeft hij in de afgelopen seizoenen de cursussen Opera: springlevend,  Symfonie: begrijpend luisteren en Gewijde muziek en ‘Gustav Mahler en Richard Strauss’. Ieder seizoen biedt hij daarnaast ook een themamiddag aan, in  maart 2019 over Olivier Messiaen en in oktober de componist Aram Khatsjatoerian , zie rubriek thema’s


Joseph Haydn , Wolfgang Amadeus Mozart en Ludwig van Beethoven
Er zal in de muziekgeschiedenis nauwelijks een periode te noemen zijn die meer bepalend is geweest voor de klassieke muziek dan het tijdperk van de Eerste Weense School, die ongeveer van 1750 tot 1820 duurde, en dat door drie van de allergrootste componisten uit de muziekgeschiedenis werd gedomineerd: Haydn, Mozart en van Beethoven. Hun namen staan steevast garant voor uitverkochte zalen. Alle drie schreven ze in melodisch, harmonisch en ritmisch opzicht, weergaloos en onnavolgbaar; waarbij ze streefden naar de volmaakte, evenwichtige schoonheid, perfect van vorm en volmaakt van zuivere muzikale ideeën. Deze geperfectioneerde klassieke stijl is vooral door Haydn geschapen, door Mozart uitgebouwd en door van Beethoven voltooid.
In dit tijdperk ontstaan dankzij Haydn, Mozart en van Beethoven nieuwe muziekvormen zoals de symfonie, het strijkkwartet, sonates voor solo-instrumenten en piano, en soloconcerten voor piano en orkest.
Tijdens negen bijeenkomsten zullen hun boeiende levens en schitterende composities centraal staan en zal er uiteraard veel prachtige muziek van hun hand te beluisteren zijn.
De bijeenkomsten zullen plaatsvinden op de volgende vrijdagochtenden 27 september, 4 en 11 oktober, 1, 8, 15 en 29 november en 6 en 20 december.
Smetana, Dvořák en Janáček
Bedřich Smetana (1824-1884) wordt gevierd als de eerste componist die muziek met een specifiek Tsjechisch karakter componeerde en hij is bekend van onder andere de mateloos populaire opera ‘de verkochte bruid’ en zijn beroemde ode aan zijn vaderland Ma Vlast met daarin zijn prachtige ‘de Moldau’. Veel van zijn opera’s zijn gebaseerd op Tsjechische thema’s en dansritmes waardoor zijn melodieën doen denken aan volksliedjes. Smetana was hierdoor van grote invloed op:
Antonín Dvořák (1841-1904) die op dezelfde manier Tsjechische thema’s in zijn muziek verwerkte. Dvořák is bekend van onder andere de buitengewoon populaire Slavische dansen, zijn schitterende symfonieën, prachtige kamermuziek en geliefde soloconcerten.
Leoš Janáček (1854-1928) is de derde grote Tsjechische componist, die zich óók door de wervelende volksmuziek van zijn land liet inspireren, maar híj deed dat op geheel eígen wijze waarbij hij ook de stromingen van zijn eígen tijd in zich opnam. Janáček wordt gerekend tot één van de grootste componisten van de Bohemen en is bekend van onder andere zijn geliefde opera’s: ‘Het sluwe vosje’ en ‘Katja Kabanová’. Maar ook diens Sinfoniëtta, Taras Bulba en de imposante Glagolitische mis worden nog altijd vaak uitgevoerd.
Als dank voor hun grote verdienste zijn er in Tsjechië talloze straten, pleinen en theaters naar dit drietal vernoemd, zijn ze veel op postzegels afgebeeld én zijn er, om de herinnering aan hen levend te houden, voor ieder van hen maar liefst twee druk bezochte musea opgericht die geheel gewijd zijn aan hun leven, maar vooral aan hun ónvergetelijke muziek.
Tijdens de bijeenkomsten zal het leven van Smetana, Dvořák en Janáček centraal staan en zal er uiteraard veel prachtige, onweerstaanbare muziek van hun hand kunnen worden beluisterd.
De bijeenkomsten zullen plaatsvinden op de volgende vrijdagochtenden 17 en 31 januari, 7 en 14 februari, 6, 13 en 27 maart, 3 en 17 april 2020.